Geschiedenis van de Leger des Heils muziek


Het eerste minimuziekkorps:

Toen de eerste heilssoldaten in 1878 in de Engelse plaats Salisbury de straat op gingen, werden ze door de rumoerige mensenmassa overschreeuwd en uitgejouwd. Onder de toehoorders bevond zich een muzikant uit het plaatselijke stadsmuziekkorps. Hij werd meteen getroffen door datgene wat hij zag en haalde onmiddellijk zijn drie zoons van huis. Die zoons waren ook muzikanten en met hun koperinstrumenten sloot het viertal zich bij de heilssoldaten aan. Wat meteen opviel was, dat terwijl zij op hun instrumenten speelden, het omringende publiek stil werd en luisterde. En zo ontstond het eerste leger des Heils minimuziekkorps, bestaande uit twee cornetten, een trombone en een euphonium.

 

Een aanstekelijk initiatief:

De stichter van het Leger des Heils, William Booth, hoorde van het gebeurde en zag meteen de voordelen in van spelende muzikanten op straat voor het evangelisatiewerk. Hij nodigde de musicerende familie Fry uit naar Londen te komen om mee te gaan werken aan zijn evangelisatiecampagnes. Overal waar zij kwamen sloeg het enthousiasme over op de mensen. De heilssoldaten kochten ter plaatse oude instrumenten van pandjesbazen of handelaren in tweede hands artikelen. De instrumenten waren soms zó kapot dat ze met touwtjes aan elkaar werden vastgeknoopt en de lekken met zeep werden afgedicht. Het eerste muziekkorps dat werd opgericht was in 1879 te Consett, County Durham. Daarna schieten de muziekkorpsen letterlijk als paddestoelen uit de grond.

 

Watervast en weerbestendig koper:

Een praktisch voordeel van de koperinstrumenten is dat ze watervast en weerbestendig zijn. Het ‘leger van de straat’ ging er dan ook al snel overal dankbaar gebruik van maken. Aanvankelijk deed het vér dragende geschut dienst om het volksrumoer tijdens de openlucht bijeenkomsten letterlijk te overstemmen. Gaandeweg kreeg het geheel ook een liturgische functie in de zaalbijeenkomsten.

Apeldoorn volgt Amsterdams voorbeeld:

Toen cornettist Fry jr. in 1889 Nederland bezocht, zette dat de heilssoldaten hier niet meteen aan tot muzikale activiteiten. Dat veranderde pas in 1891 na een bezoek van The Household Troops Band van het Leger des Heils uit Engeland. Dit was de aanleiding om in Amsterdam muziekinstrumenten te gaan gebruiken. Ook in Apeldoorn namen ondernemende heilssoldaten in 1910 het initiatief om –naar Engels model- een dergelijk kopermuziekkorps op te richten. Het zou dienst gaan doen als onderdeel van het plaatselijke afdelingswerk.

Evangelie -ondersteunend middel

En zo werd ook hier gevolg gegeven aan de opdracht van stichter William Booth in de War Cry van 1880 om overal met de legermuziekkorpsen mensen te attenderen op de blijde boodschap van het Evangelie. Leger des Heils muziek als evangelie- ondersteunend middel is niet alleen een gegroeide traditie –als overblijfsel van een voorbije tijd- maar zij is nog steeds actueel, ook in déze tijd!

De brassband (koperorkest) bestaat uitsluitend uit koperen blaasinstrumenten.

De officiële standaardbezetting bestaat uit de volgende instrumenten:

  • 10 cornetten (melodievoerende instrumenten)    
  • 1   flugelhorn (bugel)
  • 3   althoorns
  • 2   baritons
  • 3   trombones (2 tenor- en 1 bastrombone)
  • 2   euphoniums (tenortubas)
  • 4   bassen
  • 2   slagwerkers (grote - en kleine trom + pauken) aangevuld met diverse andere slaginstrumenten.

Henk Rensink, Oud kapelmeester

Muziekkorps 1910

Muziekkorps 1937

Muziekkorps 1950

Muziekkorps Zuid 1962

Muziekkorps 1973

 

Muziekkorps 1980

Muziekkorps 1985

Muziekkorps 1992

Muziekkorps 2003

 
             
         

TOP